Artikel: De noodzakelijke herrijzenis van het liberalisme

Door Ozair Hamid

Het economisch liberalisme is niet meer hot. Steeds meer Nederlandse politieke partijen leggen het liberalisme de huidige economische problemen in de samenleving ten laste – maar is dat wel terecht? Is het economisch liberalisme, naast “moreel failliet”, ook economisch destructief?

Jarenlang prevaleerde het sociaalliberale geluid in de Nederlandse politiek; een soort visieloze ideologie is het sociaalliberalisme in zijn essentie, een stroming die twee totaal onverenigbare ideologieën – het liberalisme en de sociaaldemocratie – op de een of andere manier weet te verbinden. Het resultaat? Een bruto binnenlands product per hoofd van zo’n $54.000, waarmee Nederland slechts de 23e plek heeft weten te bemachtigen op de internationale ranglijst terwijl de verzorgingsstaat implodeert, de staatsschuld explodeert en de economie nauwelijks meer groeit. Ons economische systeem – waarin investeerders niet kunnen investeren, er geen stimulans aanwezig is om jezelf maximaal te ontplooien en de staat vrije individuen overspoelt met bureaucratische procedures – is, om Nietzsches stijl te imiteren, dood.

Het was het innovatieve, concurrentie-gebaseerde liberalisme dat wij in West-Europa hebben omgeruild voor deze ellende. Dat het zo niet langer kan is vanzelfsprekend; en dat het alternatief een liberale economie is, is tevens vanzelfsprekend. Juist nu, in de grootste economische crisis sinds WOII, moet deze fundamentele koerswijziging worden gerealiseerd.

Wat Nederland nu nodig heeft is een zogeheten ‘aanbodeconomie’, vergelijkbaar met de Amerikaanse economie, waarin belastingen laag worden gehouden en overheidsregulering minimaal is opdat investeerders goedbetaalde banen kunnen creëren en goedkope producten kunnen produceren voor consumenten. Dit zal zorgen voor een economische boom die de Verenigde Staten meemaakte voor de coronapandemie; werkloosheidspercentages waren historisch laag, de beurzen presteerden fenomenaal en huishoudelijke inkomens stegen in een tempo dat nog nooit was meegemaakt – dat kan Nederland ook.

Maak van Nederland het Europese Silicon Valley, door bedrijven zich hier te laten vestigen. Hef geen belasting op winst gerealiseerd door innovatieve bedrijven, en werkloosheidspercentages zullen Singaporese standaarden aantikken. Daarna kan, als de werkgelegenheid is gecreëerd, een fiscaal conservatieve belasting worden geheven op de gerealiseerde winst, zodat een wederkeer van de welvaart plaatsvindt.

Het zijn deze voorstellen die de Nederlandse economie weer laten aantrekken, en niet wat de ‘anti-liberalen’ bijvoorbeeld voorstellen: het basisinkomen van Rutger Bregman. De fundamentele denkfout die proponenten van dit voorstel maken, is de gedachte dat een gegarandeerd inkomen (a) voldoening zou opleveren en (b) meer welvaart zou creëren, hetgeen beiden niet het geval is. Zoals Victor Frankl schreef in zijn wereldberoemde biografie: “As logotherapy teaches, there are three main avenues on which one arrives at meaning in life. The first is by creating a work or by doing a deed…” Een leven zonder betekenis is een leven zonder een bestemming; een leven zonder bestemming is een leven zonder een betekenisvolle reis; een leven zonde een betekenisvolle reis is geen leven – maar slechts een ervaring van het zijn.

De filosofie besproken hebbende, creëert een basisinkomen ook geen welvaart, omdat mensen door een gegarandeerd inkomen eenvoudigweg minder werken. De Finse minister van Gezondheid en Sociale Zaken concludeerde: ‘De invloed op de werkloosheidscijfers lijkt minimaal te zijn op basis van het eerste proefjaar (van het basisinkomen, red.).” Kosten? Tientallen miljoenen voor een conclusie die kon worden getrokken door toepassing van rationele deductie. Het experiment in Groningen dan? Dat mislukte komisch genoeg doordat ‘er geen geld meer binnenkwam’.

Ook het idee van de verzorgingsstaat is, naast het basisinkomen, gesneuveld, tijdens het tientallen jaren durende experiment. Zo rapporteerden media dat de zorguitgaven voor 2019 met meer dan 5% stegen ten opzichte van vorig jaar, waardoor het totale bedrag uitgegeven aan de zorg op 106,2 miljard euro komt. Steeds meer mensen hebben zorg nodig terwijl verhoudingsgewijs steeds minder mensen werken – een implosie, die niet op te lossen valt, voltrekt zich nu. Niet alleen in Nederland voltrekt deze implosie zich, maar ook in andere landen welvarende Europese landen speelt dit probleem. Maar in plaats van af te wachten, privatiseren andere landen, zoals Zweden, het openbaar vervoer en zaken gerelateerd aan de sociale zekerheid, zodat de implosie vooruit wordt geschoven.

Evident is dus inmiddels dat het basisinkomen en de verzorgingsstaat in zijn totaliteit – twee elementaire ideeën uit de sociaalliberale en sociaaldemocratische hoek – is mislukt.

Zo slechts is het economisch liberalisme dan toch niet?

Is een overheid die de concurrentie tussen private partijen handhaaft opdat zo de consument economisch kan floreren zo slecht? Is een systeem dat mensen aanleiding geeft tot betekenisvol werk zo immoreel? En is een imploderende verzorgingsstaat vervangen door een bewezen, werkbaar alternatief – waarin onder andere burgers een pensioen opbouwen aan de hand van beursstanden – zo miserabel? Ik denk het niet.